Wie is Zoë Deceuninck?

Schrijfster Zoë Deceuninck

“Ik schrijf omdat ik onrecht wil aankaarten,ik word daardoor getriggerd en heb de behoefte dat van me af te schrijven”

Ik ben Zoë Deceuninck, nu 30 jaar. Ik woon inmiddels 8 jaar in Suriname, sinds januari 2017. Ik ben hier eigenlijk via een omweg beland. Ik heb Journalistiek gestudeerd in Mechelen (België) en ben zelf afkomstig uit Gent. In 2015 behaalde ik mijn bachelor in de Journalistiek. Daarna heb ik een ‘gap-jaar’ genomen. Ik wilde nog niet gaan werken en ben gaan rondreizen. Dat mocht van mijn moeder, alleen als ik iets met mijn studie zou doen. Suriname werd uiteindelijk aan de lijst van landen toegevoegd die ik zou bezoeken - vanwege de taal - en omdat ik bij het dagblad de Ware Tijd aan de slag kon als vrijwillig journalist om ervaring op te doen.

Na een jaar rondgereisd te hebben, kon ik terug in België mijn plekje daar niet meer vinden. Ik denk dat ik teveel had gezien om achter een bureau op een saai kantoor en in een klein appartement te belanden. Ik had in Suriname ook iemand leren kennen, die uiteindelijk voorstelde het hier te proberen

Ik kon weer bij de Ware Tijd aan de slag, dus heb ik in 2017 wederom de oversteek gemaakt naar Suriname. Bij de krant was er uiteindelijk niet zoveel werk en het bracht niet zoveel op, dus begon ik weer rond te kijken. Ik heb een jaar bij Chetskeys van Odette Miranda gewerkt en begon zo langzamerhand te freelancen voor media in Nederland en België als buitenlandse correspondent. In hetzelfde jaar 2018, ben ik ook bij het maandblad Parbode Magazine terecht gekomen voor maandelijkse bijdragen en sinds januari van dit jaar ben ik daar vast in het team aangenomen als redactiecoördinator.

Mijn motivatie om artikelen te schrijven komt voort uit het feit dat ik onrecht wil aankaarten. Ik word daardoor getriggerd en heb de behoefte dat van me af te schrijven. Het kan om allerlei soorten onrecht gaan, bijvoorbeeld iemand die geen goed proces krijgt bij de rechtbank, benadeeld wordt vanwege zijn huidskleur, afkomst of geaardheid. Ik kan daar niet tegen. Ik denk dat ik dat van mijn moeder heb meegekregen; die kan daar ook slecht tegen. Zij wordt heel verdrietig van onrecht, maar ik word er juist strijdvaardig door en ga daarover schrijven.

Het boek dat ik heb geschreven, Welkom in Dangogo, komt daar ook een beetje uit voort. Ik houd al sinds ik hier woon een blog bij op het internet. Daar schrijf ik gewoon van me af. Het gaat dan over het leven en werken hier, maar ook over hoe mijn publicaties tot stand komen. Ook als ik te maken krijg met intimidatie, frustraties over het werk of ik krijg artikelen niet verkocht, dan ventileer ik dat allemaal via mijn blog. Casper Luckerhof die werkt onder de paraplu van Overamstel Uitgeverij, heeft mij ongeveer drie jaar geleden via LinkedIn benaderd met de vraag of ik er weleens aan gedacht had om een boek te schrijven. Dat was eigenlijk altijd al mijn kinderdroom, want ik schrijf al vanaf ik zo een zes, zeven jaar was. Ik heb mijn dagboeken nog, dan gaat het altijd wel over dingen die me verdrietig of heel boos maken. Als ik erg blij ben, denk ik niet aan schrijven. Ik schrijf zaken van me af, dat geeft rust in mijn hoofd en brengt me dan vaak tot de conclusie dat het zo erg allemaal niet is. Schrijven is dus voor mij meer een uitlaatklep, een soort therapie.

Ik was heel gefrustreerd dat ik mooie, positieve verhalen niet verkocht kreeg aan de buitenlandse media. Met behulp van Casper heb ik ze gebundeld in een boek. Zo kan ik toch recht doen aan de mooie mensen die hier wonen en de mooie dingen die in Suriname gebeuren.

Het genre waarover ik schrijf is non-fictie. Om over iets te kunnen schrijven, moet het mij persoonlijk raken. Het moet iets zijn dat me is overkomen, dat echt gebeurd is en dat me nieuwsgierig heeft gemaakt. Ik ben dus geen romanschrijver, vind romans wel heel mooi, maar ik kan dat niet.

Hoe lang ik over het schrijven doe, is heel verschillend. Wat mijn artikelen betreft, daar neem ik de tijd voor. Ik moet daar minstens een paar keer over slapen voor ik ze inlever, om het allemaal te laten bezinken en er weer met een frisse blik naar te kunnen kijken. Over zware onderzoeksartikelen doe ik ongeveer drie maanden.

Over Welkom in Dangogo heb ik twee jaar gedaan. De voorbereiding heeft een tijd geduurd. Het eerste jaar heb ik nagedacht waar het boek over zou moeten gaan. Het is een verhalenbundel van tien op zichzelf staande reportages geworden; verhalen die ik niet verkocht kreeg aan de buitenlandse media. Het gaat over het Suriname achter de krantenkoppen buiten alle drama om. Er zijn zoveel hardwerkende mensen hier, die zonder corruptie functioneren, aan hun geld komen en daarbij een grote impact maken. Verder heb je ook nog de vele rijkdommen die het land heeft en de rijke mensen die er ook wonen. Het is niet allemaal kommer en kwel. De perceptie die mensen hebben dat het alleen maar slecht gaat in Suriname klopt niet. Er is ook goed nieuws te melden. Dat heb ik met dit boek naar voren willen brengen.

Het verhaal over de goudvelden in dit boek heeft mij het meeste geraakt, heeft voor een mindshift bij mij gezorgd. De persoon met wie ik ben meegelopen om dit verhaal te schrijven heeft mij laten zien dat hij gewoon hard aan het werk is voor zichzelf en voor zijn familie die elke maand weer op hem rekent voor de dagelijkse uitgaven. Zijn verhaal heeft mij geleerd dat deze situatie niet zo zwart-wit is als men wel denkt en dat de mensen die in deze sector werken best wel iets anders zouden willen doen, maar bij gebrek aan betere alternatieven hiervoor kiezen. Het begint al bij het onderwijs waar ze achterstanden in oplopen, door de schooltaal en door financiële problemen. Ze verlaten dan vroegtijdig de school en kiezen voor de goudvelden, vaak omdat ze familie hebben die daar al werkt.

Welkom in Dangogo is geschreven voor de leeftijdscategorie vanaf 16 jaar; jongvolwassenen en studenten kunnen zeker aan de slag met het boek.

Mijn favoriete plek om te schrijven in mijn dagboek is thuis aan de keukentafel. Ik ruim alles op en zit daar dan met een lekker glaasje wijn te werken. Voor het werk zit ik het liefst achter mijn bureau op het kantoor van Parbode met een fles water, geen wijn.

Lezen doe ik ook graag, op het ogenblik heb ik twee favoriete boeken. Jaguarman van Raoul de Jong, een schrijver met Surinaamse roots. Ik houd van zijn stijl, die is vlot en herkenbaar met een mix van het persoonlijke en het feitelijke. Dat heb ik zelf ook geprobeerd in mijn boek. Het andere boek is Hello Beautiful van Ann Napolitano, een Amerikaanse schrijfster. Het is een roman over vier zusjes uit een Italiaans, katholiek gezin in Chicago en hun ervaringen in het leven en de liefde en hoe de familie daarbij steeds weer de basis en de verbindende factor is. Ik houd van verhalen waarbij er verschillende verhaallijnen lopen, die uiteindelijk weer bij elkaar komen.

Ik heb voorlopig geen plannen voor een volgend boek. In de toekomst misschien wel. Er zijn nog genoeg verhalen in Suriname.

 

Interview afgenomen door:

Letitia Tjen-a-tak en Donovan Menig

April 2025

pro-mbooks1 : surinameportaal