Wie is Frits Wols?

Surinaams Schrijver Frits Wols (Eugène Wilfried Wong Loi Sing)
“Dichter, schrijver en storyteller.”

 

Frits Wols, pseudoniem van Eugène Wilfried Wong Loi Sing, is geboren op 2 juli 1938 te Groningen in Suriname, in het district Saramacca. Hij volgde een opleiding tot leerkracht. Als jonge onderwijzer bracht hij zijn, in die tijd verplichte districtsjaren, door in de dorpen Galibi en Tamarin. In 1963 vertrok hij naar Nederland om Engels te studeren. In 1975, het jaar dat Suriname onafhankelijk werd, keerde hij terug. Na zijn loopbaan in het onderwijs werd Wong Loi Sing secretaris-generaal bij de Nationale Unesco Commissie Suriname. In deze functie diende hij tot zijn pensionering.

Hij was voorzitter van Schrijversgroep ‘77 van 1992-2003. Hij wist jonge dichters te interesseren zitting te nemen in het bestuur en stimuleerde hen om hun werk te publiceren. Ook pakte de vereniging de maandelijkse publieksavonden in café-restaurant Tori Oso weer op. Deze avonden waren in de jaren ’80 van de vorige eeuw, die zich kenmerkten door militaire dictatuur, vaker afgelast. Op de avonden toonde Wols regelmatig zijn talenten als storyteller. Verder organiseerde de vereniging onder zijn leiding in 1997 het internationaal congres ‘Schrijverschap 2000’.

Het werk van Frits Wols omvat novelles, jeugdverhalen, korte verhalen en romans. Hij debuteerde in 1961 met poëzie in het rooms-katholieke weekblad Omhoog (Paramaribo). In 1964, hij woonde toen met zijn gezin in Nederland, schreef hij het volgende gedicht (Frits Wols | blog).

De huig r

Ik zie mijn kinderen opgroeien
in dit kultuurland
ik hoor mijn kinderen praten
in dit hypergeorganiseerde land
ik voel mijn kinderen
denken in het Nederlands en
ik kijk berustend toe

maar als ik ‘kon dya’roep
en mijn kleine kijkt verbaasd
als ik ‘gowe’ roep en
mijn kleine giechelt vreemd
als ik ‘rood’ zeg en
mijn kleine meid van zeven
gorgelt alsmaar ‘gggood’
dan lust ik plotseling een pils.

Het gedicht nam hij later op in zijn bundel Beeldhouwer van het abstrakte (Paramaribo, 1967).
De ervaringen van zijn eerste onderwijzersjaren in Galibi verwerkte hij in zijn bekendste novelle Het groene labyrint. Het verhaal gaat over een man die schipbreuk lijdt op de Marowijnerivier en een avontuurlijke zwerftocht door het woud onderneemt. Het boek kwam uit in 1988, werd populair op de leeslijsten van de middelbare scholen en kende enkele herdrukken. In 2013 verscheen een herziene uitgave. Uit deze versie komt het volgende citaat.

Een bekende geur prikkelde mijn neusgaten: vers geroosterde vis. De geur dwong mij naar de dikke wortels van de boom, waartussen ik een mandje ontdekte met een flink stuk trapoen. Vlak ernaast lag een lemen potje, met een moot watermeloen. Afblijven, schoot het door me heen. Ik was ervan overtuigd dat hier inheemsen of bosnegers zaten. Wie anders in de wildernis zouden offeren aan een boom? Ik spitste mijn oren. Diegenen die het mandje hadden geplaatst, konden niet ver weg zijn. Terwijl ik mij concentreerde op de geluiden om mij heen, lette ik minder op wat ik zag of rook. Het was dan ook een geweldige verrassing toen ik tussen de bomen door het schijnsel merkte van een kampvuurtje, dat met zijn vlammen dreigende schimmen uitbeeldde op het decor van de nacht. Verschrikt hield ik de pas in. Mijn ogen zochten de omgeving af. Niemand was er te bekennen. Blijdschap en twijfel vervulden mij. Was ik gered? Maar waarom zag ik niets dan vuur? Waar zat de persoon die hier in het oerwoud licht had gebracht dat al het gevaar op een afstand kon houden?

In 1992 verscheen De bom van Saramacca. Het verhaal speelt zich af in 1965. De olie is dan nog niet ontdekt en Groningen (Wols’ geboortedorp) is een slaperig dorpje in het district, temidden van bos en zwampen. Een goede omgeving voor een padvinderskamp. De bom blijkt niet alleen een gevaarlijk wapen te zijn dat de padvinders ontdekken op een verlaten erf. Deze jeugdroman voor leerlingen van het voortgezet onderwijs werd in 2012 opnieuw uitgegeven.

Spoedig zag Joke de hut van de verkenners. Er brandden nog enkele lantaarns, maar het kampvuur smeulde alleen nog wat na. Ze merkte al gauw dat de hangmatten allemaal leeg waren. Ze waren niet omhooggetrokken, zoals het hoorde. (…) Overal hingen de uniformen van de jongens. (…) Joke ging rustig zitten op een van de houtblokken die in de vorm van een bank was uitgesneden. Ze nam de hut op. Grappig, dacht ze, al die gebruiksvoorwerpen. Wat waren die jongens toch vindingrijk. Kijk, daar had je warempel tandenborstels van twijgjes gemaakt. Waar zou Frits zijn hangmat zijn? Joke verlangde ernaar iets persoonlijks van de verkenner te bezitten.

Kortere verhalen van Wols zijn opgenomen in de leesmethode Lezen doet je goed die in 2024 is ingevoerd op de basisscholen van Suriname. De verhalen staan in de deeltjes voor leerjaar 7 en 8 en zijn te lezen op Boekenportaal Suriname | Digitale boeken voor primair onderwijs en op de website van DBNL. Op DBNL is nog meer te lezen van en over deze veelzijdige auteur: Frits Wols - auteur - DBNL.

Bekijk alle boeken van Frits Wols

 

pro-mbooks1 : surinameportaal