Wie was Alphons Levens?


“Wee het volk, dat niet meer denkt.”
Alphons Levens (1949 - 2023) werd geboren op Curaçao, waar zijn vader werkte als onderwijzer. Op vijfjarige leeftijd (1954) ging hij met de rest van het gezin naar Suriname terug. Zijn schoolopleiding van kleuterschool tot en met Surinaamse Kweekschool genoot hij in Suriname. In 1968 keerde hij korte tijd terug naar de Antillen. Hij maakte daar de volksopstand van 30 mei 1969 in Willemstad mee. Nederlandse mariniers werden ingezet om de opstand te onderdrukken. Hierna vertrok hij naar Nederland, waar hij de Akte van Hoofdonderwijzer behaalde. In Nederland was hij actief betrokken bij het werk van de Vereniging Ons Suriname. Twee jaar na de onafhankelijkheid (1977) keerde hij voorgoed terug naar Suriname.
Hij heeft gewerkt als leerkracht, correspondent van de Hilversumse VARA-radio en als redacteur van het weekblad Pipel van de toenmalige Volkspartij, een progressieve politieke beweging. De Volkspartij viel uiteen na de staatsgreep van 1980. Alphons sloot zich niet aan bij het deel dat zich de Revolutionaire Volkspartij ging noemen en samenwerking zocht met de militairen die de staatgreep hadden gepleegd. Na de dramatische gebeurtenissen van december 1982, waarbij 15 onschuldige burgers werden vermoord door de militairen, ging ook Pipel ten onder aan censuur. Het blad mocht niet meer verschijnen. Alphons was zijn baan kwijt.
Hij solliciteerde bij het Openbaar Onderwijs. Hij mocht in dienst komen, mits hij naar het binnenland van Suriname ging. Daar had hij geen bezwaar tegen. Hij werd tewerkgesteld op de nog in aanbouw zijnde lagere school te Phedra in het district Brokopondo. Maar ook daar liep het mis, toen de bevolking moest vluchten vanwege de Binnenlandse oorlog. Phedra werd in deze tijd vernietigd door strijdende partijen van het Nationaal Leger en de rebellengroep die zich Jungle Commando noemden. Alphons ging lesgeven op de school op de verwaarloosde plantage Kroonenburg aan de rechteroever van de Commewijnerivier. Twee jaar later werd hij overgeplaatst naar de Openbare Muloschool te Ellen, ook in het district Commewijne. Hier was hij tot zijn pensioen werkzaam.
Alphons begon met schrijven in 1965. Hij was toen leerling van de Hendrikschool, een muloschool. Onder leiding van Thea Doelwijt schreef hij stukjes voor de jongerenpagina van Dagblad Suriname.
Een ‘echt’ debuut kwam in 1971, bij de Vereniging Ons Suriname, met de dichtbundel Bezinning en strijd. Alphons gebruikte de literaire kunst om zijn maatschappijkritische ideeën te uiten. Bredere bekendheid verwierf hij met zijn sinds 1991 frequent verschijnende gedichten in het Surinaamse dagblad de Ware Tijd en de Weekkrant Suriname uit Nederland. Hij bundelde ze in Mogelijk (1996), ...want nooit wordt alles gezegd (1998) en Wee het volk dat niet meer denkt! (2002).
Uit ...want nooit wordt alles gezegd komt het gedicht Leven dat hij schreef op 25 december 1992.
Om te leven
staat ze ’s morgens voor de klas
verbetert ze repblaadjes nog na school
doet ze daarna de was en de afwas
om beter te leven
gaat ze ’s middags op hoofdakte les
studeert ze dan tot middernacht
slaapt ze per etmaal vijf uurtjes slechts
om te blijven leven
is ze ’s weekends thuis modiste
plant ze groenten in de tuin
verhuurt ze zich ook als typiste
om te leven, leeft ze niet.
Niet iedereen kan de dichtstijl van Alphons waarderen. Sommigen vinden dat zijn stijl meer op proza dan poëzie lijkt. Zijn gedicht Recreëren te Domburg leidde tot een levendige discussie onder collega-literatoren over wat nou goede poëzie zou zijn. Rappa, van uitgeverij Ralicon, bundelde in 2010 alle reacties op het gedicht in 41 spontane reacties op het gedicht ‘Recreëren te Domburg’. De publicatie werd zesmaal herdrukt.
Het gedicht, geschreven op 31 augustus 2008, gaat als volgt:
Je zag het meteen bij aankomst
of je zag het eigenlijk niet meer
het plein bij de verdwenen oude brug
waarop je op zondagmiddag je ontspande.
Wat is er in twee jaar toch veel veranderd;
vinden de mensen het wel echt gezellig zo
tussen haast op elke vierkant meter een auto
auto’s waartussen je niet eens kunt wandelen.
Uit zijn verhalen, gebundeld in ...en toen was niets mooi meer (1997) spreekt hetzelfde engagement met de gewone mensen die proberen de struggle for life door te komen zonder zich te corrumperen, of naar Nederland te vertrekken. In enkele, sober vertelde verhalen, waaronder Toen verschenen de machines, poogde Levens het oprukken van de moderniteit en de verloedering in het district Commewijne in beeld te brengen. Uit dit verhaal komt het volgende citaat:
Maar zoals ik al zei, gebeurde het op een dag werkelijk dat ik bij de bocht, waar nu Shellservicestation Bink staat, een grondverzetsmachine zag verschijnen. Die begon met het doorklieven van de rijstvelden… richting Goslar. Er verschenen graafmachines die sloten groeven, waarmee ze een strook van de rijstvelden ophoogden. Dat moest dus de weg worden, een schakel in de Oost-Westverbinding. Trucks met zand doemden op. Véél lawaai maakten ze die de roodborstjes en andere zangvogels een eindje deden wegvluchten. Ik weet niet meer hoe lang deze werkzaamheden hebben geduurd, maar op een dag moest ik erin geloven dat ik ’s morgens om vijf voor half zeven het fluitsignaal van de Ansoe niet meer zou horen, het fluitsignaal waardoor ik het vaak op een lopen zette om nog net op tijd te kunnen springen over de klep die precies om half zeven werd opgehaald.
Levens schreef ook het jeugdverhaal Lucenda verkoopt geschiedenis (2001), waarin het krantenverkoopstertje Lucenda leest over de decembermoorden van 1982. Delen uit het boek zijn opgenomen uit het leesboek 7b voor leerjaar 7 voor kinderen op de basisschool in Suriname. 7 Lucenda verkoopt geschiedenis, Lezen doet je goed. Leerjaar 7b, Ismene Krishnadath - DBNL.
In leesboek 7c vind je ook zijn gedicht Twee vlechtjes. 16 Twee vlechtjes, Lezen doet je goed. Leerjaar 7c, Ismene Krishnadath - DBNL
Met dit gedicht leren kinderen kritisch te kijken naar de maatschappij waarin ze leven.
Alphons Levens overleed op 73-jarige leeftijd op 2 maart 2023. Hij is er niet meer, maar de boodschappen die hij ons naliet in zijn literaire werk, zijn van blijvende waarde.